De vraag is niet óf de oogzorg onder druk staat. De vraag is wie daarin verantwoordelijkheid neemt. In heel Europa stijgt de zorgvraag. Vergrijzing, myopie en chronische aandoeningen zorgen ervoor dat mensen meer en langer zorg nodig hebben. Tegelijkertijd lopen wachttijden op en staan budgetten onder druk.
Daarnaast is er een harde realiteit: miljoenen Europeanen leven met een vermijdbare visuele beperking. Niet omdat de kennis ontbreekt, maar omdat de organisatie van zorg niet altijd meegroeit met de noden van vandaag. Als voorzitter van ECOO spreek ik collega’s uit heel Europa. In sommige landen is optometrie goed geïntegreerd in het zorgsysteem. In andere werken optometristen en opticiens vooral in de private sector, zonder structurele samenwerking.
Elders wordt nog gezocht naar erkenning. Toch hoor ik bijna overal dezelfde vragen. Hoe bouwen we vertrouwen op bij beleidsmakers? Hoe tonen we aan dat onze zorg veilig en kwalitatief is? En hoe gaan we om met de combinatie van zorgverlening en verkoop?
Dat laatste blijft gevoelig. In verschillende landen leeft de perceptie dat zorg en commerciële activiteit moeilijk samengaan. Het risico op belangenvermenging maakt overheden voorzichtig. Tegelijkertijd moeten we erkennen dat dit in een aantal landen al goed is georganiseerd.
Daar versterken zorg en optisch vakmanschap elkaar. Dat verschil vraagt om reflectie: wat kunnen wij zelf doen om vertrouwen structureel te winnen? Als sector moeten we erkennen dat vertrouwen niet vanzelf ontstaat. Het vraagt transparantie, duidelijke kwaliteitscriteria en toetsbare normen.
Dat geldt zowel voor de klinische zorg van de optometrist als voor het optisch vakmanschap van de opticien.
Een optometrisch onderzoek verrichten en een correctie meten is één stap. Een correctie technisch correct verwerken en zorgvuldig aanpassen is een andere. Juist in de samenwerking tussen klinische expertise en optisch vakmanschap ligt onze meerwaarde.
Dat betekent ook duidelijk maken dat advies en verkoop niet hetzelfde zijn als overbehandeling. Een bril adviseren wanneer die nodig is, is geen belangenvermenging maar professionele verantwoordelijkheid. Het vraagt openheid over waarom een correctie nodig is, welke alternatieven er zijn en wat een patiënt mag verwachten. Integriteit moet zichtbaar zijn in elke aanbeveling die we doen.
Dat betekent dat we onszelf de volgende vragen stellen: Wat is de minimale standaard voor een oogmeting? Welke competenties mag een patiënt verwachten? Hoe verzekeren we de kwaliteit van de aanmeting en nazorg? Zolang wij daar geen antwoord op formuleren, zal iemand anders het voor ons doen.
We moeten niet wachten tot een overheid ons uitnodigt, maar zelf tonen dat wij klaar zijn om partner te zijn in de publieke gezondheidszorg. Dat betekent duidelijke kwaliteitsafspraken en helder maken wat patiënten mogen verwachten: een correcte meting en een zorgvuldig aangemeten hulpmiddel. Het betekent ook beter samenwerken met andere zorgverleners.
Niet vanuit concurrentie, maar vanuit wederzijds respect. De zorgvraag groeit. Geen enkele beroepsgroep kan dat alleen opvangen. Wanneer expertise logisch wordt ingezet, wint uiteindelijk de patiënt.
Onze positie in Europa zal afhangen van hoe consequent wij kwaliteit organiseren en zichtbaar maken, in de klinische zorg van de optometrist én in het vakmanschap van de opticien. Dat vraagt geen grote woorden, maar duidelijke afspraken. Over competenties, kwaliteitsnormen en samenwerking met andere zorgprofessionals.
De komende jaren worden bepalend. Niet omdat iemand ons dat oplegt, maar omdat de zorgvraag stijgt en systemen onder druk staan. Dat is geen bedreiging, maar een kans om, ondanks verschillen tussen landen, duidelijk te maken waar wij voor staan en hoe wij kwaliteit waarborgen.
Die verantwoordelijkheid ligt bij ons als Europese beroepsgroep.
Gabriëlle Janssen is president European Council of Optometry and Optics (ECOO)
Volgende doorgeefcolumn:
Tijl Van Mierlo
Tags: Doorgeefcolumn