Myopie neemt wereldwijd toe in een tempo dat niet langer genegeerd kan worden. Hoewel genetica een rol speelt, wijst een groeiend aantal studies op leefstijl- en omgevingsfactoren als belangrijke drijvende krachten achter deze evolutie. Tegelijkertijd zorgen nieuwe klinische inzichten voor een verschuiving in de manier waarop oogzorgprofessionals myopie benaderen: van louter correctie naar actief management.
Prof. Giancarlo Montani biedt in deze context een klinisch perspectief op de mechanismen achter myopieprogressie, terwijl Nathalie Vanmontfort, Global Marketing Director bij Tokai, precies weet hoe deze inzichten worden vertaald naar praktische oplossingen zoals Myogen. Wij spraken met beide experts.
Prof. Montani: “Gedurende vele jaren werd myopiecontrole voornamelijk verklaard via de defocustheorie. Hoewel deze benadering nog steeds relevant is, volstaat ze niet om alle klinische observaties volledig te verklaren. Contrast Modification Theory, die focust op de manier waarop het netvlies contrastsignalen verwerkt en hoe dit de groei van het oog kan beïnvloeden, speelt een steeds belangrijkere rol.
In plaats van enkel te kijken naar waar een beeld wordt gefocust, houdt deze theorie rekening met hoe visuele informatie op retinaniveau wordt geïnterpreteerd. Defocus maakt deel uit van het verhaal, maar is niet de volledige verklaring. Deze bredere benadering helpt te begrijpen waarom omgevingsfactoren, zoals het contrastverschil tussen binnen- en buitenomgevingen, een rol kunnen spelen in myopieprogressie. Ze biedt bovendien een ruimer kader om nieuwe optische interventies te begrijpen”.
Nathalie Vanmontfort: “Deze inzichten worden vandaag vertaald naar lensontwerp. Bij Tokai leidde dit tot de ontwikkeling van Myogen, waarbij een honingraatstructuur (hexagonaal patroon) in de perifere behandelingszone wordt toegepast. Deze zone bestaat uit ongeveer 1.330 convexe microsegmenten, ontworpen om een volledige perifere myope defocus te creëren.
Het ontwerp werkt voornamelijk door lichtstralen buiten de optische as zodanig te herleiden dat ze vóór het perifere netvlies vallen, waardoor hyperope defocus in alle richtingen wordt onderdrukt. Tegelijkertijd kunnen de optische eigenschappen van deze microstructuur ook zorgen voor een secundaire modulatie van het perifere beeldcontrast.
Lichtstralen buiten optische as herleiden
zodat deze voor perifere netvlies vallen
Dit mogelijke effect op de contrastverdeling over het netvlies, zoals onderzocht in een studie gepresenteerd op het International Myopia Conference 2024*, kan bijdragen tot het beïnvloeden van de visuele signalen die de axiale ooggroei reguleren, naast het gekende defocusmechanisme – terwijl een goede visuele prestatie in dagelijkse omstandigheden behouden blijft.
Een terugkerende boodschap in het gesprek is het belang van timing. De beslissing om myopiecontrole te starten mag niet enkel gebaseerd zijn op leeftijd, maar moet rekening houden met het ontstaan en de progressie van myopie. In de praktijk betekent dit dat behandeling overwogen wordt vanaf ongeveer –0,50 dioptrie, zeker wanneer de progressie –0,50 dioptrie per jaar bereikt.
Dit is bijzonder relevant aangezien de snelste progressie doorgaans optreedt tussen 6 en 10 jaar. Het uitstellen van behandeling in deze fase kan de effectiviteit op lange termijn aanzienlijk verminderen. Vanuit praktisch oogpunt bieden brillenglazen een toegankelijke en eenvoudige oplossing. Ze integreren vanzelfsprekend in het dagelijkse leven en vereisen niet dezelfde mate van handling of betrokkenheid als contactlenzen of farmacologische behandelingen.
Deze eenvoud is ook belangrijk in de communicatie met ouders, die vaak terughoudender staan tegenover meer invasieve of complexe behandelingen. Hierdoor kunnen brillenglazen een belangrijke rol spelen in de acceptatie en therapietrouw”.
Prof. Montani: “Het beoordelen van de effectiviteit van een behandeling vereist een verschuiving naar meer objectieve parameters. Hoewel refractie vaak gebruikt wordt in de klinische praktijk, is dit niet altijd de meest betrouwbare methode om progressie op te volgen. Het is belangrijk de axiale lengtemeting als voorkeursstandaard te hanteren.
Door individuele evolutie te vergelijken met vastgestelde groeicurves, kunnen zorgverleners nauwkeuriger beoordelen of de behandeling effectief de ooggroei vertraagt. Misschien wel de belangrijkste evolutie is hoe myopiecontrole vandaag wordt gepositioneerd binnen de klinische praktijk. Wat vroeger als optioneel werd beschouwd, wordt steeds vaker gezien als een noodzakelijke standaard.
Vandaag mag myopiecontrole niet langer als optioneel worden beschouwd, maar als de standaardzorg. Deze verschuiving weerspiegelt zowel de groeiende hoeveelheid wetenschappelijk bewijs als de bredere consensus binnen het vakgebied. Voor zorgverleners betekent dit een overgang naar een meer proactieve en preventieve benadering van myopie”.
Naarmate het inzicht in myopie verder evolueert, moeten ook de strategieën voor behandeling mee evolueren. Van omgevingsfactoren en contrastmechanismen tot innovatieve lensontwerpen en vroegtijdige interventie: het vakgebied beweegt richting een meer holistische aanpak. Voor oogzorgprofessionals is de boodschap duidelijk: effectieve myopiecontrole gaat niet langer enkel over het corrigeren van zicht, maar over het actief beïnvloeden van de langetermijnontwikkeling van het oog.
* Montani G. Effect on optical performance of different spectacle lenses with multiple small peripheral optical elements. Poster gepresenteerd tijdens het International Myopia Conference, 25–28 september 2024, Sanya City, Hainan Province, China.