Maatschappelijke trends vergroten de druk op oogzorg
De oogzorgsector staat de komende decennia voor maatschappelijke en organisatorische uitdagingen. Deze worden wereldwijd zichtbaar, ze zijn aan de orde in Europa en meer specifiek ook in onze lage landen.
Aan de bron liggen enkele markante maatschappelijke tendensen: enerzijds de vergrijzing van onze bevolking als gevolg van toenemende levensverwachting en dalende geboortecijfers en anderzijds de myopie-epidemie als gevolg van ons intensieve schermgebruik en nabijkijkende levensstijl.
De groeiende groep ouderen kampt met leeftijdsgebonden oogproblemen, en de groeiende groep jongeren met bijziendheid en oogproblemen veroorzaakt door de myopie. Beide tendensen leiden tot een sterke stijging in de oogzorgvraag. Dit vertaalt zich ten eerste in een kwantitatieve nood aan oogzorgprofessionals, ten tweede in een kwalitatieve nood aan geschoolde en bekwame handen.
Dit vertaalt zich ook in de nood aan een gecoördineerde aanpak en samenwerking tussen de verschillende professionals. Deze noden zijn nu reeds waarneembaar, maar zullen nog explicieter worden. Verschillende oogzorgberoepen zijn vandaag erkende en acute knelpuntberoepen.
Het tij mag keren. De efficiënte organisatie van de stijgende oogzorg en daarmee gepaard gaand het controleren en beheren van de kostenstijging, zijn uitdagingen voor Europa in het algemeen en specifiek voor Nederland en België.
De WHO – World Health Organisation – werkte meerdere richtlijnen uit om de huidige en toekomstige uitdagingen het hoofd te bieden: Eye Care in Health Systems: Guide for Action. Dit werkdocument roept overheden op om oogzorg in te bouwen in hun reguliere gezondheidssystemen, oogzorg duurzaam te organiseren en financieren, capaciteit en data te versterken en te zorgen dat deze vorm van zorg bereikbaar en betaalbaar is voor iedereen.
Het Eye Care Competency Framework2 beschrijft welke competenties nodig zijn voor oogzorg, op welke niveaus, met concrete gedragsindicatoren, en hoe dit te gebruiken voor onderwijs, monitoring, kwaliteitsbewaking en systeemimplementatie. In 2025 gaf WHO de Competency-based Refractive Error Teams uit, afgekort CRET3.
Dit recente CRET-kader geeft aanbevelingen hoe u hoge-kwaliteit teamgebaseerde refractieve zorg kan organiseren binnen gezondheidszorgsystemen. De richtlijn benadrukt een team- en competentiegerichte aanpak waarbij oogzorgprofessionals op verschillende niveaus samenwerken.
Ik pleit ervoor om het WHO CRET-kader te erkennen als leidraad voor de verdere ontwikkeling van refractiezorg in België. Het biedt een unieke kans om de oogzorg toekomstgericht te organiseren, met respect voor kwaliteit, patiëntveiligheid en de expertise van alle betrokken partijen.
Overheidssturing is essentieel om oogzorg toegankelijk, kwaliteitsvol en toekomstbestendig te organiseren. In België behartigt onze FOD Volksgezondheid een waaier aan verantwoordelijkheden: bescherming van de ooggezondheid van de bevolking, regelgeving en kwaliteitsbewaking, organisatie van de zorg en zorgpaden.
Daarbij horen ook toegankelijkheid en betaalbaarheid, preventie en innovatie, opleiding en workforce planning. Op zich een uitdaging om deze verantwoordelijkheden in goede banen te leiden.
In het dagelijkse werkveld kunnen we helpen de uitdagingen het hoofd te bieden wanneer medici, paramedici en vakmensen echt samenwerken. Oftalmologen, optometristen, orthoptisten, opticiens en verpleegkundigen kunnen meer en beter samenwerken.
Taak voor de overkoepelende vakverenigingen en beroepsorganisaties om te overleggen met wederzijds respect en in de wetenschap dat er genoeg werk is voor iedereen en er geen concurrentiestrijd hoeft te zijn.
Er zijn landen in Europa waar de samenwerking tussen de professionals al goed is georganiseerd en de zorg navenant goed verloopt. Deze zouden als voorbeeld moeten dienen.
Best practices nastreven en binnen Europa over de landsgrenzen heenkijken om van elkaar te leren, dat is, tot slot, een goede manier om vooruit te komen.
Kris Vander Elst is Algemeen Directeur APOOB en ondernemer
VOLGENDE DOORGEEFCOLUMN: Gabriëlle Janssen