ZEISS groeit snel, verkoopt steeds meer instrumenten en neemt steeds meer medewerkers aan. Toch blijft één probleem onopgelost: hoewel Zeiss en Abbe uitstekende microscooplenzen hebben ontwikkeld, is er nergens speciaal optisch glas van de juiste kwaliteit te koop. De oplossing komt via de 28-jarige chemicus en glasexpert Otto Schott uit Witten.
Schott ontwikkelt een procedure om kleine hoeveelheden glas te smelten en zo verschillende composities uit te proberen, waaronder een type glas met volledig nieuwe optische eigenschappen: lithium-glas.
In 1879 stuurt hij een staal hiervan naar Abbe, en zo ontstaat een samenwerking die snel intensiever wordt. Schott verhuist naar Jena, waar een glaboratorium voor hem wordt ingericht; later bekend als glasfabriek Schott & Genossen, vandaag Schott AG. Hier ontwikkelt Schott zijn eerste optische glassoorten en later ook thermisch en chemisch resistent borosilicaatglas, vandaag bekend als Jenaer-glas. Dankzij deze samenwerking tussen Zeiss, Abbe en Schott kon ZEISS het optische glas zelf ontwikkelen en produceren.
Wat in Jena begint met microscopen, groeit uit tot meer: lenzen voor camera’s, instrumenten voor chirurgie, en uiteindelijk brillenglazen. Dezelfde glasexpertise vormt vandaag de basis van de op maat gemaakte ZEISS-brillenglazen die de opticien dagelijks aanbiedt.
www.zeiss.be/vision | Instagram www.instagram.com/zeissvision
Tags: 180 jaar, Celebrating, Zeiss Vision